Miriam schrijft een brief aan haar overleden vader

Wie Troost Mij donderdag 13 juni 2019 10:23 0 reacties

De vader van Miriam overleed 22 jaar geleden. Haar band met hem was complex. Dat had waarschijnlijk te maken met zijn oorlogsverleden. Maar er zijn nog zoveel dingen die Miriam tegen hem had willen zeggen.

Lieve papa,

Mama belde gisteren. Ooit schreef jij een boek over de eerste 31 jaar van je leven en ze vroeg of ik een mailtje wil sturen naar een krant of televisieprogramma. Ze wil dat er 22 jaar na jouw dood iets met je verhaal gebeurt. ‘Omdat die tijd nooit meer terugkomt, Miriam’. Ik dacht: appeltje-eitje. Doe ik even. Ik heb je levensverhaal gelezen en begreep wat mama bedoelde. Ik kroop achter mijn pc en wilde gaan typen. Het lukte niet. Ik zat verstijfd achter mijn toetsenbord.

Je was een klein Amsterdams jongetje toen de Tweede Wereldoorlog begon. De oudste van vijf kinderen. Na de oorlog ging je als twaalfjarig ventje naar de broeders in Oudenbosch om broeder te worden. Op je 31ste trad je uit de kerk, trouwde met mama en kreeg drie kinderen. Gisteren drong ineens tot me door dat ik je verhaal alleen als een feitelijk verslag had gelezen. Geboren in Amsterdam. Broeder. Trouwde met mama. Klaar.

Ik hunkerde naar een aai over mijn bol.

Een keer werd je boos omdat ik mijn bord niet leeg at. Je schreeuwde dat je in de oorlog met een lepel vuilnisbakken had leeggeschraapt en dat ik mij niet aan moest stellen. Ik kon mij niet voorstellen dat de man voor wie ik zo bang was, zelf ooit een kind was geweest. Van schrik at ik mijn bord leeg.

Twee weken voor je stierf zat ik naast je bed. Je keek me aan en zei dat het je speet dat je geen goede vader was geweest. Nooit had je je liefde voor mij geuit en nu bevestigde je iets heel belangrijks. Je sprak het uit: ‘Ik ben geen goede vader geweest’.

Weet je pap, dat die woorden me troosten? Toen jij dat zei, keek ik ineens in de ogen van een zevenjarig jongetje dat met een lepel in zijn handje op straat zwierf op zoek naar eten. Ik wilde huilen. Ik voelde me machteloos. Als kind was ik machteloos. Ik hunkerde naar jouw erkenning. Een complimentje. Door jou gezien worden. Een aai over mijn bol. Iemand waar ik tegenaan kon kruipen als ik bang was of getroost wilde worden. Je kon het niet.

Wat je wel kon was dingen uitleggen. Hoe je een wiskundesom oplost. Hoe je van niets iets maakt. Hoe je van woorden een verhaal maakt. Wat je ook kon: de liefste opa van de wereld zijn. Elke avond tuurde je met mijn dochter naar de hemel op zoek naar de Poolster.

Als kind was je machteloos. Hunkerde je vast naar erkenning. Een complimentje. Gezien worden. Een aai over je bol. Iemand waar je tegenaan kon kruipen als je bang was of getroost wilde worden. Je wilde wel, maar kon het niet. Ik googelde je naam. Je was nergens te vinden. Niets. Alsof je nooit hebt bestaan.

Lieve papa. Ik vraag mij zo vaak af hoe jij als oude man zou zijn geweest. Zou je zijn gekrompen? Milder zijn geworden? Toegankelijker? Zou jij mij hebben getroost? Zou ik tegen je aan hebben mogen kruipen? Zou je mijn haar hebben gestreeld? Zou je mij uiteindelijk hebben verteld hoe het was? Zou jij mij hebben verteld over de eerste jaren van je leven?

Ik denk van wel. Ik wil denken van wel.

Liefs,

Miriam 
www.saarmagazine.nl

Wat zou jij nog graag tegen je overleden dierbare willen zeggen? Het kan helpen dit op te schrijven of uit te spreken. Deel jouw verhaal in de reacties onder dit artikel of praat mee op ons forum.

afbeelding van Wie Troost Mij

Gerelateerde blogberichten

Er is nog niet gereageerd op dit blog